Nieuw Spirit
Ontdek het Leven




 HET MEMORANDUM VAN GOD


Aan jou,
Van God.
Overleg met Mij.
Ik hoor je roepstem.

 







 Hij dringt door het duister, sijpelt door de wolken, vermengt zich met het licht van de sterren en vindt langs de baan van een zonnestraal de weg naar mijn hart. Ik heb smart ondervonden door het geschreeuw van een haas die in een strik werd gewurgd, door een musje dat uit het nest van zijn moeder was gevallen, door een kind dat hulpeloos rond spartelde in een vijver, door het bloed dat een Man aan het kruis vergoot.


Weet dat Ik jou hoor. Heb vrede. Wees kalm.

 

Ik breng verlichting in je smart, want Ik ken haar oorzaak en haar geneesmiddel.


Je huilt om alle dromen uit je kinderjaren, die na verloop van tijd zijn vervlogen. Je huilt om al je zelfvertrouwen, die door mislukkingen is bedorven. Je huilt om alle gaven die je hebt verkwanseld ter wille van de zekerheid. Je huilt om je persoonlijkheid, die door de menigte is vertrapt. Je kijkt beschaamd naar jezelf, en je wendt je vol afgrijzen af van het spiegelbeeld dat je in een waterplas ziet. Wie is die karikatuur van het mens zijn die je aankijkt met de bloedloze ogen van de schande?

 

Wat is er geworden van de gratie van je voorkomen, de schoonheid van je gestalte, de snelheid van, zoals Ik dat weet je bewegingen, je heldere geest en je levendige tong? Wie heeft je bezit gestolen? Weet je wie de dief is?


Eenmaal heb je op het veld van je vader je hoofd op een kussen van gras gelegd en omhooggekeken naar een kathedraal van wolken. Toen wist je dat al het goud van Babylon jou mettertijd zou toebehoren. Eenmaal heb je veel in boeken gelezen en veel tafelen geschreven, in de vaste overtuiging dat je alle wijsheid van Salomo zou evenaren in jaren, en zie, jij zou meester zijn in je eigen hof van Eden.


Herinner je je wie al die plannen en dromen en zaden van hoop in je heeft geplant? Nee, dat weet je niet meer. Je herinnert je niets meer van dat ogenblik toen je uit de moederschoot naar buiten kwam en Ik mijn hand op je zachte voorhoofdje legde en het geheim in je kleine oor fluisterde toen Ik mijn zegen over je uitsprak.


Herinner je je ons geheim?


Nee, je weet het niet meer. De jaren zijn voorbijgegaan en hebben je herinnering uitgewist, want ze hebben je geest vervuld met vrees en twijfel en kommer en wroeging en haat, en waar die beesten wonen, daar is geen plaats voor blijde herinneringen.


Huil niet meer.

 

Ik ben bij je, en dit ogenblik is de scheidslijn in je leven. Alles wat hieraan is voorafgegaan, heeft even weinig betekenis als de tijd die je doorbracht in de schoot van je moeder. Wat voorbij is, is dood. Laat de doden hun doden begraven. Vandaag keer je terug in het rijk der levende doden. Vandaag zal Ik, zoals Elia deed met de zoon van de weduwe van Sarfath, me driemaal over je uitstrekken, en je zult weer leven. Vandaag zal Ik, zoals Elisa heeft gedaan met de zoon van de Sunamitische, mijn mond op jouw mond leggen en mijn ogen op jouw ogen en mijn handen op jouw handen, en je vlees zal weer warm worden. Vandaag zal Ik je, zoals Jezus heeft gedaan, bij het graf van Lazarus, bevelen op te staan, en je zult wegwandelen uit je kelder der verdoemenis om een nieuw leven te beginnen.
Dit is je geboortedag. Dit is de dag van je wedergeboorte. Je eerste leven was slechts een generale repetitie, zoals bij een toneelvoorstelling gebruikelijk is. Ditmaal kijkt de wereld toe, klaar om te applaudisseren. Ditmaal zul je niet falen. Steek de kaarsen aan. Snijd de feesttaart. Schenk de wijn in, want je bent wedergeboren.


Als een vlinder die uit zijn cocon kruipt, zo zul je wegvliegen, zo hoog als je wilt zul je vliegen, want noch de wespen, noch de waterjuffers, noch de roofsprinkhanen van het mensdom zullen je belemmeren in je taak of bij je speurtocht naar de werkelijke rijkdommen van het leven.

 Voel mijn hand op je hoofd.

 

Luister naar mijn wijsheid. Laat mij opnieuw het geheim met je delen dat je bij je geboorte hebt gehoord en dat je bent vergeten.

 

Je bent mijn grootste wonder.
Je bent het grootste wonder ter wereld.


Dat waren de eerste woorden die je ooit hebt gehoord.


Toen ben je gaan huilen. Ze huilen allemaal. Je hebt me toen niet geloofd, en in de tussenliggende jaren is er niets gebeurd waardoor je ongeloof is gelogenstraft. Want hoe kun je een wonder zijn als je jezelf beschouwt als een mislukkeling, als iemand die zelfs de nederigste taak nog niet naar behoren kan vervullen? Hoe kun je een wonder zijn als je zo weinig vertrouwen in jezelf hebt en aan jezelf twijfelt zodra er ook maar de geringste verantwoordelijkheid op je schouders rust? Hoe kun je een wonder zijn als je gebukt gaat onder je schulden en wakker ligt door martelend getob over het brood voor de dag van morgen?


Genoeg. Gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer.

 

Maar hoeveel profeten, hoeveel wijze mannen, hoeveel dichters, hoeveel schilders, hoeveel componisten, hoeveel geleerden, hoeveel wijsgeren en boodschappers heb Ik uitgezonden met het bericht dat je goddelijk bent, dat je alles in je hebt om goddelijk te zijn? Hoe vaak heb Ik geprobeerd je de geheimen van het welslagen duidelijk te maken? En hoe heb je mijn afgezanten behandeld?

Toch heb Ik je nog lief, en Ik ben nu bij je om door deze woorden de belofte te vervullen van de profeet die heeft aangekondigd dat Ik opnieuw mijn hand zal uitstrekken, voor de tweede maal, om de rest van mijn volk bijeen te garen.


Ik heb mijn hand weer uitgestrekt.

Dit is de tweede keer.


Jullie zijn de rest van mijn volk. Het heeft geen nut te vragen: Heb je het dan niet geweten, heb je het dan niet gehoord, is het je niet van het begin af gezegd, heb je het dan niet begrepen van het begin der aarde af? Je hebt het niet geweten; je hebt het niet gehoord; je hebt het niet begrepen.

Er is je gezegd dat je een goddelijkheid in vermomming bent, een god die voor nar speelt. Er is je gezegd dat je een bijzonder werkstuk bent, gezegend met verstand en oneindige gaven, bijzonder en bewonderenswaardig naar vorm en beweging, als een bedrijvige engel, als een bron van begrip. Er is gezegd dat je het zout der aarde bent, de kroon van de schepping.


 Zelfs het geheim om bergen te kunnen verzetten is je toevertrouwd en ook het geheim om het voor de mensen onmogelijke te verrichten. Je hebt niemand geloofd. Je kaart naar het geluk heb je verbrand, van je recht op gemoedsrust heb je geen gebruik gemaakt, je hebt de kaarsen uitgeblazen die waren neergezet langs je uitgestippelde pad naar de heerlijkheid, en toen ben je voortgestrompeld, verdwaald en bevreesd, in de duisternis van tijdsverspilling en zelfbeklag, tot in de hel die je zelf hebt gemaakt. Toen heb je geweend. Je hebt je op de borst geslagen en het noodlot vervloekt dat je had achtervolgd. Je weigerde de consequenties te aanvaarden van je eigen benepen gedachten en luie daden, en je hebt een zondebok gezocht waarop je je mislukking kon laden. En wat heb je die snel gevonden! Mij heb je de schuld gegeven!

 

Je hebt uitgeroepen dat je belemmeringen, je middelmatigheid, je gebrek aan kansen, je mislukkingen Gods wil waren!


Je hebt je vergist!


Laten we de inventaris eens opmaken. Laten we eerst de beperkingen eens een voor een opsommen, want hoe kan Ik je vragen een nieuw leven op te bouwen als je de werktuigen niet bezit?


Ben je blind? Gaat de zon op en onder zonder dat je het ziet? Nee. Je kunt zien, en de honderd miljoen ontvangertjes die Ik in je ogen heb geplaatst, stellen je in staat te genieten van de pracht van een blad, een sneeuwvlok, een vijver, een adelaar, een kind, een wolk, een ster, een roos, een regenboog, en van de blik der liefde. Dat is één zegening.


Ben je doof? Kan een klein kind lachen of huilen zonder dat je het hoort? Nee. Je kunt horen, en de vierentwintigduizend vezels die Ik in ieder van je oren heb ingebouwd, trillen mee met de wind in de bomen, met de branding die tegen de rotsen slaat, met de majesteit van een opera, met de smeekbede van een roodborstje, met spelende kinderen, en met de woorden: ik houd van je. Dat is de tweede zegening.


Ben je stom? Als je je lippen beweegt, produceer je dan alleen maar speeksel? Nee. Je kunt spreken, wat geen van mijn andere schepselen kan, en met je woorden kun je bozen kalmeren, ontmoedigden moed inspreken, tragen aansporen, ongelukkigen en eenzamen troosten, achtenswaardigen prijzen, verslagenen aanmoedigen, onwetenden onderrichten, en je kunt zeggen: ik houd van je. Tel ook die derde zegening.


Ben je verlamd? Ben je een hulpeloze massa, die het land ontsiert? Nee, je kunt bewegen. Je bent geen boom, die gedoemd is op een kleine plek te blijven staan terwijl de wind en de wereld je misbruiken. Je kunt je uitstrekken, je kunt hardlopen en dansen en werken, want Ik heb je vijfhonderd spieren meegegeven en tweehonderd botten en elf kilometer zenuwweefsel, die er allemaal op zijn afgestemd je bevelen op te volgen. Nog een zegening.


Ben je onbemind en kun je niet beminnen? Word je dag en nacht overweldigd door de eenzaamheid?
Nee. Niet meer. Want je kent nu het geheim van de liefde: om liefde te ontvangen, moet je liefde geven, zonder te denken aan wat je ervoor terugkrijgt. Lief te hebben ter wille van de vervulling, de voldoening, uit trots, dat is geen liefde. Liefde is een gift waarvoor niets wordt teruggevraagd. Je weet nu dat de onzelfzuchtige liefde haar eigen beloning in zich draagt. En zelfs al zou de liefde niet worden beantwoord, dan gaat zij nog niet verloren, want de onbeantwoorde liefde zal naar je terugkeren en je gemoed zachter en reiner maken. Tel er nog een zegen bij – twee zelfs.

 

 Is je hart beschadigd? Lekt het, moet het zich inspannen om je in leven te houden? Nee. Je hart is sterk. Leg je hand op je borst en voel het ritme van je hart, het kloppen, uur na uur, dag en nacht: zesendertig miljoen maal per jaar, jaar in, jaar uit. Tijdens de slaap en tijdens het waken pompt het je bloed door bijna honderdduizend kilometer aderen, slagaderen en haarvaten – ongeveer driehonderdduizend liter per jaar. Zo’n machine heeft de mens nog nooit gemaakt. Tel die zegen erbij.


Is je huid ziek? Keren de mensen vol walging van je af als je naderbij komt? Nee. Je huid is fris, een wonderbaarlijke schepping, die je alleen maar hoeft te verzorgen door hem met zeep te wassen en met olie soepel te houden. Alle staalsoorten worden na enige tijd dof en gaan roesten, maar je huid doet dat niet. De sterkste metalen slijten op den duur door het gebruik, maar dat gebeurt niet met de laag die Ik om je heen heb gebouwd en die zichzelf voortdurend vernieuwt, want de oude cellen worden aanhoudend door nieuwe vervangen. De zoveelste zegening.


Zijn je longen vervuild? Moet de levensadem vechten om je lichaam binnen te komen?
Nee. De patrijspoorten naar het leven staan tot je dienst, zelfs in de smerigste omgeving, die je vaak zelf hebt geschapen. Ze zijn altijd aan het werk om de leven gevende zuurstof door zeshonderd miljoen zakjes van gevouwen weefsel te zeven, terwijl ze je lichaam zuiveren van afvalgassen. Tel ook deze zegening.


Is je bloed vergiftigd? Is het vermengd met water en pus? Nee, je ruim vijf liter bloed bevat tweeëntwintig biljoen bloedcellen, en in iedere cel zitten miljoenen moleculen, en iedere molecuul bevat een atoom, dat per seconde meer dan tien keren trilt. Iedere seconde sterven er twee miljoen bloedcellen, die worden vervangen door twee miljoen nieuwe – een vernieuwing die sedert je geboorte voortdurend plaatsvindt. Een vernieuwing die ook je geest zal ondergaan. Tel weer een zegening.


Ben je zwak van geest? Kun je niet meer zelfstandig denken? Nee. Je hersens vormen de ingewikkeldste structuur van het heelal. Die kleine drie pond aan gewicht bevat dertien miljard zenuwcellen, meer dan driemaal zoveel cellen als er mensen op aarde zijn. Om je te helpen iedere gewaarwording, ieder geluid, iedere smaak, iedere geur, iedere handeling op te bergen die je sinds de dag van je geboorte hebt ervaren, heb Ik in je cellen meer dan duizend triljoen proteïnemoleculen ingeplant. Iedere gebeurtenis in je leven wacht daar tot je haar oproept. En om je hersens te helpen bij het besturen van je lichaam heb Ik, over je hele lichaam verspreid, vier miljoen pijngevoelige structuren ingebouwd, vijfhonderdduizend aanrakingsdetectors en meer dan tweehonderdduizend temperatuurdetectors. Geen enkele natie heeft haar goudschat beter beveiligd dan jij bent beveiligd. Geen wereldwonder uit de oudheid is groter dan jij. Jij bent mijn edelste schepping. In jou bevindt zich genoeg atoomenergie om welke wereldstad dan ook te vernietigen en ook weer op te bouwen.


Ben je arm? Bevat je beurs geen goud of zilver? Nee. Je bent rijk! We hebben zojuist samen je rijkdommen opgeteld. Bestudeer die lijst. Tel ze opnieuw, tel je rijkdommen! Waarom heb je jezelf verraden en verkocht? Waarom heb je geroepen dat alle zegeningen der mensheid ver van je werden gehouden? Waarom heb je jezelf wijsgemaakt dat je niet de kracht bezat je leven te veranderen? Ben je ontbloot van talenten, zintuigen, bekwaamheden, genoegens, instincten, gevoelens en trots? Ben je zonder hoop? Waarom kruip je als een verslagene weg in het donker, waar je slechts wacht tot medelijdende handen je zullen wegdragen naar de welkome leegte van de hel?

 

Je hebt zoveel. Je beker vloeit over van zegeningen, en je hebt ze niet geteld, als een door weelde verwend kind, terwijl Ik ze je mild en regelmatig heb toegemeten.


Geef mij antwoord.

Geef jezelf antwoord.


Welke rijke die oud en ziek is, zwak en hulpeloos, zou niet al het goud in zijn kluis willen geven voor de zegeningen die jij zo hebt veronachtzaamd? Leer dan het eerste geheim kennen van geluk en welslagen – dat je nu, op dit ogenblik, iedere zegen bezit om tot het grootste geluk te komen. Die zegeningen zijn je kapitaal, je werktuigen, waarmee je, van vandaag af, het fundament kunt leggen voor een nieuw en beter leven.


Daarom zeg Ik je: tel je zegeningen en weet dat je het volmaaktste in mijn schepping bent.

 

Dit is de eerste wet waaraan je moet gehoorzamen om het grootste wonder ter wereld tot stand te brengen: de terugkeer van je menselijkheid uit de levende dood. En wees dankbaar voor de lessen die je in armoede hebt geleerd. Want niet hij die weinig heeft is arm, maar hij die veel verlangt, en de werkelijke zekerheid ligt niet in de dingen die de mens bezit, maar in de dingen die hij kan missen.
Waar zijn de belemmeringen die je mislukking teweeg hebben gebracht? Ze bestonden alleen in je gedachten. Tel je zegeningen.


En de tweede wet is gelijk aan de eerste: verkondig het feit dat je uniek bent. Je had jezelf veroordeeld tot een armenkerkhof, en daar lag je; je kon het jezelf niet vergeven dat je had gefaald. Je ging te gronde aan haat tegen jezelf, aan zelfbeschuldiging, aan walging over de misdaden die je bedreef tegen jezelf en tegen anderen. Ben je niet stomverbaasd? Vraag je je niet af waarom Ik in staat ben je je fouten, je overtredingen, je armzalige gedrag te vergeven terwijl je jezelf niet kunt vergeven? Ik richt me nu tot je om drie redenen. Je hebt Mij nodig. Je bent geen onderdeel van een kudde, die als een grauwe massa van middelmatigheid op weg is naar de vernietiging.

 

 Je bent uniek.


Denk eens aan een schilderij van Rembrandt of een bronzen beeldje van Degas of een viool van Stradivarius of een toneelstuk van Shakespeare. Ze hebben om twee redenen grote waarde: hun scheppers waren grote meesters en hun aantal is gering. Toch is er van ieder meer dan één. Volgens die redenering ben jij de kostbaarste schat op aarde, want je weet wie je heeft geschapen, en er bestaat maar één exemplaar van jou.


Nooit is er onder de zeventig miljard menselijke wezens die sedert de vroegste tijden over deze planeet hebben gelopen, iemand geweest die precies zo was als jij. Nooit zal er, tot het einde der tijden, iemand zijn als jij. Je hebt nooit getoond dat je op de hoogte was van je zeldzaamheid of dat je die naar waarde schatte. En toch ben je het uniekste wezen van de wereld. Uit je vader zijn in de ogenblikken van grote tederheid talloze zaakcellen gevloeid, meer dan vierhonderd miljoen in aantal. Toen ze bij je moeder naar binnen werden gebracht en in haar rond wilden zwemmen, hebben ze allemaal de geest gegeven – op één na. Jij! Alleen jij bent verder doorgedrongen in de koesterende warmte van je moeders lichaam, waar je op zoek bent gegaan naar je andere helft, een enkele cel van je moeder, zo klein dat er meer dan twee miljoen van nodig zouden zijn om een eikeldopje te vullen. Ondanks schier onoverwinnelijke tegenwerking heb je doorgezet: in die uitgestrekte oceaan van duisternis en onheil heb je dat oneindig kleine celletje gevonden, waarmee je je hebt verenigd om een nieuw leven te beginnen: jouw leven.


Bij je komst in deze wereld heb je, evenals ieder kind, de boodschap meegebracht dat Ik de moed nog niet heb opgegeven, dat Ik nog geen genoeg heb van de mens. Twee cellen, nu verenigd tot een wonder. Twee cellen, die ieder drieëntwintig chromosomen bevatten, terwijl ieder chromosoom honderden genen in zich heeft, waardoor elke karaktertrek van je zou worden bepaald, van de kleur van je ogen af tot je persoonlijke charme en de omvang van je hersens. Met alle combinaties waarover Ik beschikte, te beginnen met dat enkele zaadje uit de vierhonderd miljoen zaadjes van je vaderen de honderden genen in ieder chromosoom van je vader en moeder, had Ik driehonderdduizend miljard menselijke wezens kunnen scheppen die allemaal van elkaar verschilden.

 

Maar wie bracht Ik voort? Jou! Enig in je soort, het zeldzaamste onder de zeldzaamheden. Een onwaardeerbare schat, gezegend met hoedanigheden van geest en spraak en beweging en voorkomen en handeling die geen enkel ander wezen bezit dat ooit heeft geleefd, nu nog leeft en ooit zal leven.


Waarom heb je je waarde in stuivers geschat, terwijl je een koningsloon waard was?
Waarom heb je geluisterd naar hen die je naar beneden haalden, en wat nog veel erger is, waarom heb je ze geloofd?


Luister naar mijn raad. Verberg je zeldzaamheid niet meer in het donker. Laar haar aan de wereld zien. Probeer niet te lopen zoals je buurman loopt, praat niet zoals je leider praat, werk niet zoals de middelmatige mens doet. Doe nooit iets zoals een ander het doet. Die nooit iemand na. Want hoe weet je dat je niet het kwade nadoet? Hij die het kwade nadoet, streeft altijd zijn voorbeeld voorbij, terwijl hij die imiteert wat goed is, altijd te kort schiet. Imiteer niemand. Wees jezelf. Laat de mensen zien hoe uniek je bent. Dan zullen ze goud over je uitstorten. Dit is de tweede wet: verkondig zeldzaamheid. Nu heb je twee wetten gekregen.


Tel je zegeningen! Verkondig je zeldzaamheid! Je hebt geen belemmeringen. Je bent niet middelmatig. Je knikt. Je glimlacht geforceerd. Je geeft toe dat je jezelf bedrogen hebt. Hoe staat het met je volgende klacht? Je krijgt nooit een kans? Neem mijn raad aan, dan zal het gebeuren, want Ik geef je nu de wet van het welslagen in iedere onderneming.

 

Vele eeuwen geleden hebben je voorvaderen deze wet horen uitspreken vanaf een gebergte. Sommige hebben de wet ter hare genomen, en zie, hun leven werd vervuld van de vrucht van het geluk: voldoening, goud en zielenrust. De meesten hebben niet geluisterd, want zij hebben tovermiddelen gezocht en kronkelwegen, os ze hebben gewacht tot de duivel van het zogenaamde gelukkige toeval hun de rijkdommen van het leven in handen speelde. Ze hebben vergeefs gewacht, zoals ook jij hebt gewacht, en toen hebben ze geweend, zoals ook jij hebt geweend, omdat ze meenden dat hun tegenslag door mijn wil werd veroorzaakt.

 

De wet is eenvoudig. Jong of oud, knecht of vorst, blank of zwart, man of vrouw – allen kunnen ze hun voordeel doen met het geheim, want van alle regels en toespraken en geschriften over het succes en hoe het is te bereiken, blijft slechts één methode over die nooit heeft gefaald: als iemand je prest een mijl met hem af te leggen, leg dan twee mijl met hem af. Dat is de derde wet.

 

 Het geheim waardoor je een mate van succes zult bereiken die al je dromen zal overtreffen: leg nòg een mijl af! Het enige zekere middel om succes te hebben, is meer en betere diensten te bewijzen dan van je worden verwacht, wat ook je taak mag zijn. Deze wet hebben alle geslaagde mensen sedert het begin der tijden nageleefd. Daarom zeg Ik: de zekerste manier om jezelf tot middelmatigheid te veroordelen, is uitsluitend het werk te verrichten waarvoor je wordt betaald. 


Denk niet dat je wordt opgelicht, als je meer inlevert dan het zilver dat je ervoor ontvangt. Want er is een vaste regel: de inspanning die je vandaag zonder loon levert, zal morgen tienvoudig resultaten brengen, De middelmatige legt nooit een extra mijl af, want waarom zou hij zichzelf te kort doen, denkt hij. Die extra mijl is een voorrecht dat je door je eigen initiatief moet veroveren. Je kun t en je mag het niet uit de weg gaan. Als je het verwaarloost, als je slechts even weinig doet als de anderen, heb je je mislukking uitsluitend aan jezelf te danken.

 

Dienstbaar zijn zonder een rechtvaardige beloning te ontvangen is onmogelijk, zoals je ook je dienstbaarheid niet kunt beperken zonder de beloning te verspelen. Oorzaak en gevolg, middel en doel, zaad en vrucht, zij kunnen niet worden gescheiden. Het gevolg bloeit reeds in de oorzaak, het doel bestaat reeds in het middel en de vrucht zit altijd verborgen in het zaad. Leg een extra mijl af.



Trek je niets van aan als je een ondankbare meester dient. Dien hem des te beter. En laat niet hem, maar Mij je schuldenaar zijn, want dan weet je dat iedere minuut, ieder onderdeel van je extra dienstbetoon zal worden vergoed. En maak je geen zorgen als je beloning niet spoedig komt. Want hoe langer de betaling wordt uitgesteld, hoe beter het voor je is, en samengestelde interest op samengestelde interest is de grootste winst die de wet oplevert.


Je kunt het succes niet bestellen: je kunt het alleen verdienen.

 

Nu ken je het grote geheim dat nodig is om de zeldzame beloning waard te zijn. Leg nog een mijl af!

 

Waar is het veld vanwaar je riep dat er geen kaarsen waren? Kijk! Kijk om je heen. Zie, terwijl je je gisteren wentelde in het afval van het zelfbeklag, wandel je nu met opgeheven hoofd over een gouden tapijt. Er is niets veranderd – behalve jij, maar jij bent alles.

 

Jij bent mijn grootste wonder.


Je bent het grootste wonder ter wereld.



Dit zijn de drie wetten voor het geluk en het welslagen.


Tel je zegeningen!

Verkondig je zeldzaamheid!

Leg nog een mijl af!



Wees geduldig ten aanzien van je vorderingen. Je zegeningen in dankbaarheid te tellen, je zeldzaamheid met trots te verkondigen, nog een mijl af te leggen en daarna nòg een, dat zijn handelingen die je niet in een oogwenk verricht. En toch, wat je op de moeilijkste wijze verkrijgt, houd je het langst vast, zoals zij die een fortuin hebben verdiend er zuiniger op zijn dan zij die het

hebben geërfd.

 

En vrees niet, als je aan je nieuwe leven begint. Iedere verovering gaat gepaard met risico. Hij die bang is het risico onder ogen te zien, kan niet verwachten dat hij de verovering tot stand brengt. Je

weet nu dat je een wonder bent. En een wonder kent geen vrees.


Wees trots. Je bent geen toevallige uitkomst van een zorgeloze schepper die proeven neemt in het laboratorium van het leven. Je bent niet de slaaf van krachten die je niet kunt begrijpen. Je bent een vrije manifestatie van geen andere kracht dan de mijne, van geen andere liefde dan de mijne. Je bent

met opzet gemaakt.


Voel mijn hand. Hoor naar mijn woorden.

 Je hebt Mij nodig – en Ik heb jou nodig.


Wij moeten een wereld herscheppen, en als er een wonder voor nodig is om at te doen, wat deert ons dat? Wij zijn beiden een wonder, en nu hebben we elkaar.


Nooit heb Ik mijn geloof in je verloren sedert Ik je op een dag uit een huizenhoge golf omhoog heb gezwaaid en je hulpeloos op het zand heb neergeworpen. Volgens jouw tijdmeting is dat meer dan vijfhonderd miljoen jaren geleden. Er hebben veel modellen, veel vormen, veel maten bestaan voordat Ik ruim dertigduizend jaar geleden in jou de volmaaktheid had bereikt. Al die jaren heb Ik geen verdere poging gedaan om je te verbeteren. Want hoe zou je een wonder kunnen verbeteren? Je was wonderbaarlijk om te zien, en Ik was verheugd. Ik heb je deze wereld gegeven, en de heerschappij erover. En om je in staat te stellen je opperste kunnen te bereiken, heb Ik nog eens mijn hand op je gelegd en je begiftigd met krachten die tot op de huidige dag aan ieder ander schepsel in het heelal zijn onthouden.


Ik heb je de kracht gegeven tot denken.


Ik heb je de kracht gegeven tot liefhebben.


Ik hen je de kracht gegeven tot willen.


Ik heb je de kracht gegeven tot lachen.


Ik heb je de kracht der verbeelding gegeven.


Ik heb je de kracht gegeven tot scheppen.


Ik heb je de kracht gegeven tot plannen maken.


Ik heb je de kracht gegeven tot bidden.


Het vertrouwen dat Ik in je stelde, kende geen grenzen. Jij was de kroon van mijn schepping, mijn grootste wonder, een voluit levend wezen. Een wezen dat het hoofd kan bieden aan ieder klimaat, aan iedere ontbering, aan iedere uitdaging. Een wezen dat zijn eigen weg kan kiezen, zonder mijn tussenkomst. Een wezen dat ieder gevoel, iedere waarneming kan omzetten, niet door instinct, maar door zijn denken en door redelijk overleg, in handelingen die voor hemzelf en heel het mensdom het beste zijn.

 

Zo komen we aan de vierde wet voor welslagen en geluk, want Ik heb je nog een kracht gegeven, een kracht zo groot, dat zelfs mijn engelen die niet bezitten.

 

Ik heb je de macht om te kiezen gegeven. Met die gave heb Ik je zelfs nog hoger geplaatst dan mijn engelen, want zij hebben niet de vrijheid om de zonde te kiezen. Ik heb je de volledige beheersing gegeven over je lot.

 

Ik heb je opgedragen zelf je eigen aard vast te stellen, in overeenstemming met je eigen vrije wil. Omdat je van nature hemels noch aards bent, was je vrij om jezelf te modelleren naar iedere vorm die je verkoos. Je was vrij om te kiezen voor degeneratie naar de laagste levensvormen, maar tevens had je de macht, naar het oordeel van je ziel, herboren te worden in de hogere vormen, die goddelijk zijn.

Ik heb je nooit die grote macht ontnomen, de macht om te kiezen. Wat heb je met die geweldige kracht gedaan? Kijk eens naar jezelf. Denk eens aan de verschillende keuzen die je in je leven hebt gedaan, en herinner je daarna die wrede ogenblikken, toen je op je knieën had willen vallen, alleen om de kans te krijgen opnieuw te mogen kiezen.


Wat voorbij is, is voorbij, en nu ken je de vierde grote wet van het geluk en het succes: maak een wijs gebruik van je mogelijkheden tot kiezen.


Heb lief, haat niet.


Lach, juil niet.


Schep, vernietig niet.


Houd vol, geef de moed niet op.


Prijs, strooi geen praatjes rond.


Heel, verwond niet.


Geef, steel niet.


Handel direct, stel niet uit.


Groei, verrot niet.


Bid, vervloek niet.


Kies het leven, niet de dood.


Nu weet je dat je rampspoed niet mijn wil was, want alle macht was in jou vastgelegd, en de opeenhoping van daden en gedachten die je op de mesthoop van het menselijk ras hebben doen belanden, kwamen van jouw kant, niet de mijne. De macht die Ik je heb gegeven, was een te groot geschenk voor je bekrompen aard. Nu ben je groot en wijs geworden en de vruchten van het land zullen je toebehoren.


Je bent meer dan een menselijk wezen: je bent een herboren mens. Je bent in staat tot grote wonderen. Je kunnen is onbegrensd. Wie van mijn anderen schepselen heeft het vuur in zijn macht gekregen? Wie heeft de zwaartekracht overwonnen? Wie heeft de ruimte veroverd? Wie heeft ziekte, pestilentie en droogte getemd? Onderschat jezelf nooit meer! Stel je nooit meer tevreden met de kruimeltjes van het leven! Verberg vanaf vandaag nooit meer je talenten!

 

Denk aan het kind dat zegt: Als ik een grote jongen ben. Maar wat wil dat zeggen? Want de grote jongen zegt: Als ik volwassen ben. En als hij volwassen is, zegt hij: Als ik getrouwd ben. Maar getrouwd zijn, wat wil dat eigenlijk zeggen? Dan verandert de gedachte in: Als ik gepensioneerd ben. En dan komt de pensionering en kijkt hij terug over het landschap dat hij heeft doorkruist: er waait een koude wind over. Om de een of andere reden is hij alles misgelopen. Geniet van deze dag, van vandaag – en morgen, morgen. Je hebt het grootste wonder ter wereld verricht. Je bent teruggekeerd uit een levende dood.



Je zult geen zelfmedelijden meer voelen, en iedere nieuwe dag zal een uitdaging en een vreugde zijn.
Je bent opnieuw geboren, maar net zoals vroeger kun je kiezen tussen mislukking en wanhoop enerzijds en welslagen en geluk anderzijds. De keuze is aan jou. De keuze is uitsluitend aan jou. Net zoals vroeger zal Ik slechts toekijken: met trots en met smart. Denk dus aan de vier wetten van het geluk en het succes.

 

Tel je zegeningen. Verkondig je zeldzaamheid. Leg nog een mijl af. Maak een wijs gebruik van je mogelijkheden tot kiezen. En er is er nòg een, ter vervulling van de vier andere. Doe alle dingen met liefde, liefde voor jezelf, liefde voor anderen, en liefde voor Mij. Wis je tranen weg. Strek je hand uit, grijp de mijne, en recht je rug. Laat Mij de windselen los snijden die je aan het graf hebben gekluisterd. Vandaag heb je het bericht ontvangen:




 

 

 

 

 

 

 

JE BENT HET GROOTSTE WONDER TER WERELD

 

 
 
 
 
google-site-verification: googleae70da3b9f2c6104.html